projecten - gezondheid

Onze school neemt deel aan het POP-project

1. Wat is het doel van POP-project?

Het POP-project is een onderzoek van het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, naar Preventie van Overgewicht bij Peuters en jonge kinderen. Dit onderzoek is opgestart op aanvraag van Vlaams Minister Steven Van Ackere en loopt van 2007 tot 2011. Het einddoel is om zowel nu als in de toekomst het aantal kinderen dat overgewicht ontwikkelt te verminderen. Dit zal gebeuren door op een speelse en aangename wijze een gezonde levensstijl aan te leren. Omdat elk kind baat heeft bij het leren van een gezonde levensstijl is de doelgroep : alle kinderen.

Gezond eten en voldoende bewegen zijn de prioriteiten. Thuis, in de crèche, tijdens de voor- en naschoolse kinderopvang, op school, bij de verenigingen in de buurt… overal zullen kinderen gestimuleerd worden om gezond gedrag te stellen. Niet alleen leren kinderen gezond gedrag, ook de omgeving wordt aangepast zodat het makkelijker is voor een kind om zich gezond te gedragen. Een mogelijk voorbeeld: een kind leert dat water drinken gezond en belangrijk is. Daarnaast moet hij echter ook de kans krijgen om effectief te drinken. Dit kan door middel van een drinkfonteintje, flessenwater, bekertjes… De mogelijkheden en de concrete invulling zijn heel uitgebreid. Op die manier hopen we niet alleen kinderen die momenteel last hebben van overgewicht te helpen, maar alle betrokken kinderen een gezonde levensstijl aan te brengen. De interventie bevat dus twee luiken: er zal zowel schoolgericht als omgevingsgericht gewerkt worden.

2. Hoe gaat het POP-project in zijn werk?

Het POP-project loopt over een periode van vier jaar. De doelgroep zijn kinderen die in het schooljaar 2008-2009 in het 1ste, 2de en 3de kleuter of in het 1ste leerjaar zitten of zaten.  De interventie wordt uitgevoerd gedurende de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011. Naargelang hun leeftijd zullen kinderen dus één, twee of drie jaar gevolgd worden. De interventie werkt met vijf gezondheidsboodschappen: de dagelijkse consumptie van water stimuleren ten koste van frisdrank (1), de dagelijkse consumptie van fruit en groenten stimuleren (2), de dagelijkse consumptie van de restgroep reduceren (3), de dagelijkse consumptie van melk promoten (4) en Tv-kijken reduceren en dagelijkse fysieke activiteit stimuleren (5). Voor elke gezondheidsboodschap zijn er verschillende interventies mogelijk. Welke interventies elke school kiest, zal in de loop van het project afgesproken kunnen worden.

Het POP-project is een onderzoek dat in een aantal testzones wordt uitgevoerd. In Gent zijn dit de Bloemekenswijk en Mariakerke. Doel van het project is onderzoeken of kinderen na de interventies gezonder eten en meer bewegen. De evaluatie gebeurt door een aantal geselecteerde maten zoals gewicht, uren matige inspanning per week… voor aanvang van de interventies te meten en diezelfde maten opnieuw te meten na de interventies. De resultaten zijn het verschil tussen beide momenten.

Om deze resultaten te veralgemenen – bijvoorbeeld naar heel Vlaanderen- is het belangrijk meerdere regio’s te betrekken. Hiervoor zijn er twee belangrijke voorwaarden. De eerste voorwaarde is dat andere plaatsen in Vlaanderen ook gelijkaardige interventies toepassen en de resultaten op dezelfde manier verzamelen. Voor het POP-project zijn dit de regio’s Oostende en Oudenaarde. De tweede voorwaarde is de aanwezigheid van controleregio’s. In deze regio’s is er ook een begin- en eindmeting, maar worden er geen specifieke interventies uitgevoerd. Op deze manier is een vergelijking tusen de testregio’s en de controleregio’s mogelijk. In het POP-project zijn deze controleregio’s voorzien, dit zijn de regio’s Ieper en Hageland.

3. De interventie.

Een belangrijk onderdeel van de interventie gaat door op de scholen. Het is de bedoeling om in overleg met de school de interventie concreet uit te werken vanaf januari 2009. De POP-interventie richt zich op 2 pijlers en 5 gezondheidsboodschappen :

  1. Voeding
2. Fysieke activiteit

1. Dagelijkse consumptie van water stimuleren ten koste
    van frisdrank.

4. TV-kijken reduceren

2. Dagelijkse consumptie van
    fruit en groenten stimuleren
    en de consumptie van de
    restgroep reduceren

5. Dagelijkse fysieke activiteit
    stimuleren

3. Dagelijkse consumptie van
    melk promoten

 


  4. Het POP-project op onze school.

  1. Om de interventie concreet vorm te geven en te ondersteunen werd er binnen de school een schoolwerkgroep opgericht. Deze werkgroep- bestaande uit Lieve De Vleeshouwer (gymleerkracht lager); Christine Verbeke (gymleerkracht kleuter); Caroline Dhaenens (titularis 3KB); Sofie De Cocker (titularis 1LA); Delfine Dierickx (ambulante 1L/4L); Hilde Van Gansbeke (ambulante 2L) en Cindy Van Severen (ambulante 3L)-  zal de drijvende kracht zijn achter de POP-interventie en verantwoordelijk zijn voor de realisatie van de POP-interventie in onze school.
  2. Aan de school wordt gevraagd om 5 gezondheidsweken te organiseren tijdens schooljaar 2008-2009 en 10 gezondheidsweken gedurende het schooljaar 2009-2010 en 2010-2011. Elke gezondheidsweek plaatst één gezondheidsboodschap in de kijker. De te besteden tijd aan de gezondheidsboodschap is verschillend voor het kleuter en het lager onderwijs.
    1. In het kleuteronderwijs wordt gevraagd om tijdens de gezondheidsweek de gezondheidsboodschap zoveel mogelijk aan bod te laten komen
    2. In het lager onderwijs wordt gevraagd om tijdens de gezondheidsweek minstens één uur, verspreid over een volledige week, aan de gezondheidsboodschap te besteden.

    Het is de bedoeling dat in het schooljaar 2008-2009 de interventie wordt uitgevoerd in elke kleuterklas en in het 1ste studiejaar. In het schooljaar 2009-2010 is dit het geval voor de 2de de 3de kleuterklas en het 1ste en 2de leerjaar. In 2010-2011 ten slotte, wordt de interventie gegeven aan de 3de kleuterklas en het 1ste, 2de en 3de leerjaar.

  3. De actieve speelplaats
  4. Gezondheidsgerelateerde lichamelijke opvoeding
  5. Waterconsumptie op school
  6. Groenten- en fruitconsumptie op school
  7. Oudereducatie

.